Sportclubs

Een lekker biertje

Een lekker biertje

Velen van u zullen het programma De Keet hebben gezien op Omrop Fryslan. Van die clubjes die zich lam drinken in een ouwe caravan. Tenminste…. Zo wil men het nogal graag eens omschrijven. De waarheid zal ergens in het midden liggen. Ik ben nooit in onze eigen Jister geweest, maar weet zeker dat daar ook plezier wordt beleefd onder het genot van een drankje. In mijn tijd hadden we het Hinnehokje. Mijn tijd? Was net iets te jong om daar te mogen komen, alhoewel leeftijd misschien geen rol had gespeeld als mijn naam Willie of Angeline was geweest. Met andere woorden, als ik een meisje was geweest……. Ik wil en kan dat achteraf ook nog niemand kwalijk nemen.
In ieder geval, met mijn maatje Jan Wijnia hadden we het Kraaiennest. Een minuscuul hokje in het dak van de garage van Johannes en Geeske. Bij elkaar gepropt zaten we daar met zes of zeven jongeren te luisteren naar BZN (toen ze nog echte rockmuziek maakten), de Sparks en Slade. Jan was de discjockey. Waarom? Omdat de meisjes al ‘bezet’ waren. Ik ging met Tjallie, Albert met Ankie en ja, dan bleef Jan een beetje over, dus Jan draaide plaatjes.
Een enkele keer kwam Geeske de ladder op om te vragen of het allemaal goed ging. Het licht ging onmiddellijk aan en de speelkaarten werden op de grond gelegd. We waren jong en deden spelletjes. Geeske deed soms zelfs mee. Lieten we haar drie keer winnen en dan ging ze weer naar beneden. Er gingen in die tijd ook nog al eens wat geruchten door Parrega. Wat er in dat Kraaiennest wel niet allemaal gebeurde! Dakpannen van ongeveer 25 mm dikte houden natuurlijk niet veel geluid tegen.
Laat ik Parrega en Geeske met de hand op mijn hart geruststellen. Een kus en een streling, daar bleef het echt wel bij in het Kraaiennest. Ja we kraaiden soms van plezier. Maar nesten deden we niet.
Ik dwaal nu weg van de kop van het verhaal, een biertje, daar wilde ik over schrijven. Mijn eerste biertje dronk ik op het kerkhof van Parrega. Ik was 12, bevriend met Harry Huisman, de zoon van Jappie de koster. Midden in de zomer hielpen we Jappie met het schoonmaken van het kerkhof. Na afloop kregen we een Heineken biertje. Na alle zweten en hard werken en een biertje moest ik teruglopen naar het einde van de Trekweg. Parrega leek plotseling een wereldstad. Ik had het gevoel dat ik wel tien kilometer heb gelopen om thuis te komen.
Het volgende biertje kwam tijdens het dorpsfeest van Parrega toen ik 15 was. De hele zaterdag gefeest in Carpe Noctum op de Horstweg en toen op de fiets naar pake en beppe op Trekweg 88. Mijn ouders waren op vakantie en ik verbleef dus bij pake en beppe. Ik herinner me nog de lichten van de brug en dat ik de hoek om ging bij Trekweg 88. Om onverklaarbare wijze fietste ik dwars door het hek en eindigde in de heg van Binke de slager. Na pake Sjoerd uitgelegd te hebben dat zijn hek ook niet meer te sterk was, ging ik na een ‘preek’ van een half uur naar boven. Ik weet niet wat er aan het bed mankeerde, maar toen ik ging liggen, lag het hoofdeinde op de grond en het voeteinde stak bijna door het dakraam naar buiten. Tussen uitkleden en gaan liggen moet er ergens iets fout zijn gegaan. Gooi ik met deze bekentenis mijn verschrikkelijke goede naam nu te grabbel? Ach kom, we zijn toch allemaal jong geweest!
Wabe Roskam
Melbourne