Sportclubs

De Poepton

De Poepton

Ik was schijt benauwd
Ik moet een jaar of zes zijn geweest in 1963. Iedere morgen liep ik van Trekweg 146 naar de lagere school op de Horstweg. Meestal samen met Margje Boonstra. Iedere woensdag kwamen de ‘tonnetje mannen’ door het dorp. Voor de huidige generatie een vreemd begrip, maar tot in de jaren ’60 waren er nog mensen die hun door het lichaam verbrande etensresten via de bekende weg in een tonnetje deponeerden. De tonnetjesmannen pikten de ton op uit het ‘huske’ en laden dat in hun truck. Als men teveel bruine bonen had gegeten wilde het tonnetje nog wel eens tot de rand gevuld zijn. De legende gaat dat de tonnetjesmannen dan een beetje in de Trekvaart kieperden, voordat ze de lading in de auto stopten. Tegenwoordig zouden we dit een ‘shit’ beroep noemen, vroeger was het daadwerkelijk zo. Tonneur plachten ze zichzelf nog wel eens met een Franse kwinkslag te noemen.
Iedere woensdag liep ik walgend de poepauto voorbij. Op een lenteachtige woensdagmorgen vroeg de kleine, toch ook wel grappige, tonneur, of ik even op het tonnetje wilde zitten. De angst sloeg om mijn hart. Ik begreep dat hij mij in een tonnetje wilde stoppen. Met angst en beven liep ik verder. Vanaf dat moment had ik een strontcomplex. Iedere dinsdagavond lag ik te huilen in bed. De volgende morgen moest ik weer voorbij die vieze auto met die enge mannen zien te komen.
Nu hebben we te maken met pedofielen, mijn angst lag bij de poepofielen. Na maanden ellende besloot mijn vader mij achter op de fiets te zetten en de tonneurs te confronteren met mijn probleem. Ze boden excuses aan en hadden geen weet van mijn angst. Na een opluchtend onderhoud kreeg ik van de kleine tonneur een ringetje. Hij had een zak vol met deze speeltjes. Waren er dan zoveel kinderen bang voor hem?
Het jaar daarop ging buurjongen Thijs ook naar de lagere school. Samen renden we altijd naar de Horstweg. Was ik in ieder geval de poeptruck snel voorbij. De angst was weg, maar een goed gevoel gaf het nooit.
Enkele jaren later verdwenen de tonnetjes. De afgeknipte krantenstroken waren al eerder verdwenen. Had je in ieder geval geen voorpagina van de Leeuwarder Courant meer achter op je kont staan!
Wabe Roskam