Sportclubs

de Trekvaart

De Trekvaart1933 trekvaart

 

Tijdens mijn jeugd in Parrega, jaren ’60 en ’70, speelde de Trekvaart een belangrijke rol.
Je liep er langs om naar school te gaan. We schaatsten er op, we zwommen er in, we visten langs de kant, maakten pijlen van het riet en zochten naar ‘schatten’ langs de waterkant.


Ik moest hier aan denken toen ik onlangs in de Nederlandse media las dat de jeugd niet meer het water in mag duiken vanaf bruggen. Hendrik van der Meulen, onze vroegere brugwachter, zou blij met dit bericht zijn geweest. Hij werd nogal eens kwaad wanneer we zomers van ‘zijn’ brug sprongen.
Vroeger droomde ik nog wel eens dat ik ooit met mijn eigen marineschip Parrega zou binnenvaren. De Marine is wel gelukt, Parrega binnenvaren is er nooit van gekomen. Ook nog wel eens gedroomd dat ik de Elfstedentocht ging schaatsen en dan als eerste door Parrega zou zwieren. Dit was vast en zeker gelukt wanneer ze mij als enige om 5 uur ‘s morgens in Workum hadden laten starten. Ben wat dat betreft nooit een hele echte Fries geweest. Had een hekel aan de kou, kon voor geen meter schaatsen en was te kleurenblind om ooit een kievitsei in het weiland te zien, laat staan te vinden.
Maar die Trekvaart heeft ons toch wel veel plezier gebracht. De straat oversteken en zwemmen, de straat oversteken en vissen. Urenlang zaten we met ons hengeltje aan de waterkant. Tachtig stekelbaarsjes en een dunne paling verder, dachten we een maaltijd bijelkaar te hebben gevist.
Soms visten we met wormen, vaak met brood, geholpen door buurvrouw Siem de Haan, die de poepluiers in de Trekvaart uitspoelde. Later zwommen we daar weer, getverderrie.
Ik herinner me een mooie zomerse morgen. Transistorradiootje op Radio Noordzee, een zak met brood en mijn hengeltje. Nee, geen fiberglas werphengel met glimmende molen. Gewoon nog ouderwets, bamboestok van drie meter, vijf meter snoer en een dobbertje en haak.1933 trekvaartHerinnerde me dat sommige Parregaasters met een bootje vaak aan de andere kant van de Trekvaart zaten te vissen. Daar beet het waarschijnlijk beter. Het leek me een goed idee om nog een meter of wat extra snoer aan mijn hengel te binden, dan kon ik misschien ook de overkant halen. Het vereiste natuurlijk wel een beetje oefenen om met een ferme zwier mijn haak met aas naar de overkant te krijgen. De eerste keer sloeg de haak in mijn been, au! Daarna verloor ik vier keer mijn brood. Dan maar een groter stuk brood. Over mijn schouder de hengel uitwerpen leverde niet het beoogde resultaat op.
Dan maar zijdelings, kijken of dat werkt. Een eend moet mij hebben gadegeslagen en zag natuurlijk het brood door de lucht zwieren. Ik zag de eend niet. Plotseling, na een ferme zwaai, kwam de eend op volle snelheid voorbij scheren. Shit, mijn brood weg.
Erger nog, de eend had mijn haak ook doorgeslikt. Met een plof kwam hij in de Trekvaart terecht, mij bijna mijn hengel ontfutselend.
Dat kon ik niet toestaan, niet mijn hengel jatten. Ik vond het ook sneu voor de eend, hij zou het nooit overleven. Rondvliegen met drie meter bamboestok achter je aan. Vijf minuten lang heb ik voorzichtig lopen trekken, hopende dat hij de haak zou uitspugen op een of andere manier.
Niet dus, hij zat vast. Dan maar naar huis, misschien dat mijn ouders een oplossing wisten. Het moet een idioot gezicht zijn geweest. Ik met mijn bamboe hengel en daarboven op ongeveer vijf meter een eend die wild kwakend rondjes vloog. Hoe de eend is losgekomen weet ik niet meer, maar toch nog even langs deze weg mijn excuses aan de eend. Aan de andere kant is het natuurlijk zo dat zelfs een eend moet weten dat brood niet vliegt.
Wabe Roskam